Van 1 tot 3 juni 2017 vond een intensieve handels- en kennis-uitwisselingsmissie plaats in de landbouwregio Sachsen-Anhalt, in het oosten van Duitsland. Tijdens de handelsmissie wisselden bedrijfsbezoeken, netwerken en presentaties over de Duitse wetgeving en de bodemeigenschappen van Saksen-Anhalt elkaar af.

In een NMI-rapport (Nutriënten Management Instituut) uit 2014 kwam Saksen-Anhalt naar voren als een interessante deelstaat voor de export van dierlijke mest uit Nederland. In grote delen van Saksen-Anhalt is de veeteelt relatief beperkt, en zijn er veel grote akkerbouwbedrijven die organische mest goed kunnen gebruiken om het organische stofgehalte in de arme, zanderige bodems op peil te houden. Verschillende bedrijven beseffen reeds het belang van voldoende organische stof in de bodem, hoewel er momenteel nog steeds voornamelijk kunstmest wordt toegepast. Tot slot is Saksen-Anhalt goed bereikbaar via de Bundesautobahn A2 en zijn retourvrachten mogelijk doordat er veel export is van andere producten vanuit deze deelstaat naar andere deelstaten en landen.

Uitdagingen die gepaard gaan met het ontwikkelen van een afzetmarkt in Sachsen-Anhalt zijn de hogere fosfaatwaarden in veel bodems van de Oost-Duitse akkers, waardoor fosforrijke producten mogelijks minder afzetmogelijkheden hebben, naast de veranderende wetgeving. Hoewel de wetgeving voor export blijft zoals beschreven in de VCM brochure van 2015, is recent de wetgeving omtrent de toepassing van meststoffen sterk gewijzigd.

De gewijzigde wetgeving zorgt er in eerste instantie voor dat Duitse boeren minder kunnen bemesten door strenge stikstof- en fosforlimieten en een verkorte uitrijperiode, maar dus ook dat er minder afzetruimte is voor geïmporteerde mest. Duitse mest uit overschotsgebieden zoals Niedersachsen zal immers getransporteerd worden naar andere deelstaten in Duitsland met een mesttekort. Daarnaast heerst er ook heel wat onduidelijkheid en onzekerheid onder de Duitse boeren over de gevolgen van de Düngeverordnung voor hun bedrijfsvoering, waardoor zij in de komende jaren wellicht niet snel geneigd zullen zijn om te investeren in Nederlandse mest.

Een conclusie van deze handelsmissie is daarom dat Saksen-Anhalt op termijn verschillende kansen voor de afzet van Nederlandse mest kan bieden, maar dat door de verandering van de wetgeving deze kansen de eerste jaren beperkt zullen zijn.

Voor het volledige verslag van deze handelsmissie, klik hier.

Beide verslagen zijn opgesteld met dank aan Thomas Vannecke (VCM).